Eigen bijdrage wordt niet betaald, wat nu?

Gepubliceerd op 20 november 2018 12:05

Bent u advocaat (of andere rechtsbijstandverlener) en wordt - ondanks al het werk dat u heeft verricht - de eigen bijdrage niet door uw cliënt betaald? En vraagt u zich af op welke wijze u nu een executoriale titel kunt verkrijgen? Na het lezen van dit artikel, waarin een belangrijk arrest van de Hoge Raad aan de orde wordt gesteld, is het u hopelijk helemaal duidelijk.


ONDUIDELIJKHEID NA VERVALLEN WTBZ

Ten aanzien van toevoegingen die zijn afgegeven voor 1 januari 2015 werd door de president van de rechtbank een bevelschrift afgegeven o.g.v. artikel 38 lid 4 Wet op de rechtsbijstand (Wrb) juncto de inmiddels vervallen regeling van artikelen 34 tot en met 40 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz).

Dit bevelschrift was een executoriale titel, zodat de rechtsbijstandverlener hiermee alsnog een deurwaarder kon inschakelen om middels beslagmaatregelen voor inning zorg te dragen. De rechtsbijstandverlener hoefde door deze regeling geen kostbare dagvaardingsprocedure te voeren voor de relatief lage vordering.

Omdat de Wtbz kwam te vervallen, werd ten aanzien van toevoegingen die na 1 januari 2015 waren afgegeven onduidelijk of rechtsbijstandverleners nog steeds op eenvoudige wijze een dergelijk bevelschrift konden verkrijgen.

De onduidelijkheid was met name gelegen in de vraag of het huidige artikel 38 lid 4 Wrb zo moet worden uitgelegd dat rechtsbijstandverleners zich nog steeds tot de president (thans: voorzieningenrechter) kunnen wenden voor een bevelschrift

Artikel 38 lid 4 Wrb luidt thans:

“Indien de rechtzoekende weigerachtig blijft de door hem aan de rechtsbijstandverlener verschuldigde bijdrage en vergoeding voor de kosten te voldoen, wordt het bedrag nader vastgesteld door de president van de rechtbank van het arrondissement waarin de rechtsbijstandverlener is gevestigd.”

HOGE RAAD MAAKT EINDE AAN ONDUIDELIJKHEID

Het vorenstaande leidde uiteindelijk ertoe dat de rechtbank Midden-Nederland hierover prejudiciële vragen stelde aan de Hoge Raad.

In haar arrest van 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad allereerst vastgesteld dat als niet uit de wet kan worden afgeleid op welke wijze een procedure aanhangig moet worden gemaakt, dit bij dagvaarding moet gebeuren.

Omdat in de tekst van artikel 38 lid 4 Wrb niet met zoveel woorden is bepaald dat het hierbij om een verzoekschriftprocedure gaat, is (door de Advocaat-Generaal) gekeken naar de totstandkomingsgeschiedenis gekeken. De Hoge Raad zegt hierover in haar arrest:

“Uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal aangehaalde totstandkomingsgeschiedenis van de in artikel 38 lid 4 Wrb opgenomen regeling blijkt dat de wetgever de rechtsbijstandverlener een eenvoudige rechtsgang heeft willen bieden om zo nodig tot invordering van de hem, uit hoofde van de verlening van gefinancierde rechtsbijstand verschuldigde, eigen bijdrage en overige kosten te komen.”

Voorts bepaalde de Hoge Raad m.b.t. deze totstandkomingsgeschiedenis:

“Uit de gebruikte bewoordingen volgt dat de wetgever daarbij het oog heeft gehad op een verzoekschriftprocedure.”

CONCLUSIE

Als antwoord op de prejudiciële vraag heeft de Hoge Raad in voornoemd arrest bepaald dat derhalve nog steeds een bevelschrift van de president (voorzieningenrechter) kan worden verkregen door de rechtsbijstandverlener door indiening van een verzoekschrift, en dat hiervoor dus geen dagvaardingsprocedure hoeft te worden gevoerd.

----------------------------------------------------------------------------------------------------
Geschreven door E.R. (Ed) Veldhuizen, toegevoegd gerechtsdeurwaarder

 

NB: aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.


Concept-verzoekschrift

Om het u zo makkelijk mogelijk te maken hebben wij een concept-verzoekschrift gemaakt die u zo nodig kunt gebruiken.

Dit concept-verzoekschrift kunt u hier downloaden:

Verzoekschrift eigen bijdrage


«